Hoe werkt een lateral-flow-test?
Immunochromatografische sneltests (ook wel lateral-flow-tests genoemd) werden oorspronkelijk eind jaren tachtig ontwikkeld voor de snelle en eenvoudige vaststelling van zwangerschappen. Sindsdien heeft deze methode, waarvoor noch opgeleid personeel noch speciale laboratoriumapparatuur nodig is en die bovendien snel kan worden uitgevoerd en lagere kosten met zich meebrengt, een vaste plaats veroverd in de diagnostiek ter plaatse, met name in de humane geneeskunde. Ook in de diergeneeskunde bestaat er al on-site-diagnostiek door middel van immunochromatografische sneltestsystemen, die we bij Fassisi® verder uitbreiden en sterker verankeren.
Onze immunochromatografische sneltestsystemen bestaan doorgaans uit een monsterpad, een conjugaatpad, een reactiematrix en een wicking- of absorberend pad.
Zoals in de afbeelding te zien is, overlappen de afzonderlijke onderdelen elkaar en zijn ze voor fixatie op een speciale kaart aangebracht.
Het monster wordt eerst op het monsterpad aangebracht, dat dit voorbereidt voor de verdere test: zo worden hier bijvoorbeeld materialen gebruikt die een scheiding van volbloed uitvoeren, zodat alleen bloedplasma op het tweede onderdeel van de test, het conjugaatpad, terechtkomt. Hierop is een deeltjesvormig conjugaat geïmmobiliseerd. De deeltjes zijn meestal gouddeeltjes waaraan een specifieke biologische component (een antigeen of een antilichaam) van de test is gekoppeld.
Zodra het monster op het conjugaatpad terechtkomt, lost het het conjugaat op en maakt het daarmee een reactie tussen de analyt en de eerste biologische component mogelijk. Dit complex van de analyt en de eerste biologische component migreert nu naar het derde onderdeel van de lateral-flow-test, de reactiematrix.
Deze bestaat uit een poreus membraan waarop verdere biologische componenten in de vorm van een test- en controlelijn zijn aangebracht. De testlijn bestaat uit eiwitten (antigenen of antilichamen) die het complex van de analyt en de eerste biologische component op het membraan binden en zo een kleursignaal produceren. Geconjugeerde deeltjes die zich niet aan de analyt hebben gebonden, migreren verder naar de controlelijn, die doorgaans bestaat uit een soortspecifiek anti-immunoglobuline-antilichaam dat reageert met het antilichaam van het conjugaat en, ongeacht het resultaat van de testlijn, altijd een kleursignaal produceert. De vierde component van de lateral-flow-test is het wicking-pad, dat de vloeistof uit de reactiematrix opzuigt en zo de doorstroming van het monsterpad via het conjugaatpad en het membraan waarborgt.
Deze directe sneltestsystemen worden toegepast wanneer grotere analyten met meerdere antigene determinanten moeten worden gedetecteerd, zoals bijvoorbeeld bij de detectie van het parvovirus met onze Fassisi ParCo. In dit geval wordt een positief resultaat aangegeven door het verschijnen van zowel een testlijn als een controlelijn.
De film laat zien hoe een sandwich-test werkt, waarbij de analyt in het monster aanwezig is en er dus zowel op de testlijn als op de controlelijn een kleursignaal verschijnt.